Doelstelling nummer één is en blijft arbeidsparticipatie

“Hoop en perspectief? Die haal ik op het moment vooral bij mijn vrouw en kinderen. Maar als ondernemer blijf ik ook een optimist, hoor. Doelstelling nummer één van De Koekfabriek is en blijft arbeidsparticipatie, die missie komt weer volop terug als we opnieuw op volle toeren gaan draaien.” Voor Arthur de Neree, de man achter De Koekfabriek, zijn het barre tijden. Hij zag zijn omzet met 95 procent in elkaar zakken; bij vijf van de zes vestigingen van zijn onderneming ging de deur tijdelijk in het slot, omdat de horeca en de evenementen van de ene op de andere dag wegvielen. Alleen uit het bedrijf in Wageningen rolden nog koekjes tijdens de lockdown.

 “Hoe heerlijk was het dat we niet in de file stonden?”

Reset

“In een klap zaten zowel mijn eigen medewerkers als mijn afnemers thuis. Dat was heel raar om mee te maken. Voor mijn werknemers is het lastig. Zij worden angstig als zo’n toestand lang duurt en vallen dan terug in oud gedrag. We hebben daarom de nodige initiatieven opgestart om onze doelgroepen door deze ingewikkelde periode heen te helpen. We verlenen bijvoorbeeld steun aan de zorg door voor onze partners in die sector bedankjes en persoonlijke boodschappen te verzorgen. Gelukkig worden we door de overheid geholpen.” De crisis doet geen afbreuk aan zijn positivisme, zijn geloof dat zijn bedrijf het wel zal redden. “Ik ben twintig jaar ondernemer en weet dat alles een functie heeft. Dit is ook weer zo’n reset. Het klinkt misschien gek, maar ik heb het in geen tijden zo druk gehad. Ik werk nu al plannen uit voor de tijd dat de vraag weer zal aantrekken. Want dat gaat een keer gebeuren. Als corona helemaal voorbij is, willen mensen weer naar buiten; dan wordt het weer druk in de horeca als voorheen. Dan moet De Koekfabriek in de startblokken staan om er meteen in de hoogste versnelling tegenaan te gaan. Dat vraagt om een goede voorbereiding. Daar ben ik constant mee bezig.”

Volgens De Neree is de huidige recessie de zoveelste ‘wake-upcall’ voor de samenleving. “Misschien dat we de gelegenheid aangrijpen om kritisch na te denken over onze economische modellen. Of we wel moeten proberen om voor één euro alles uit China te halen in plaats van dichtbij te gaan produceren, omdat dit beter is voor groepen die nu niet aan de bak komen. Zodat we echt werk kunnen maken van die inclusieve arbeidsmarkt, en dat bedrijven niet meer wegkomen met windowdressing. En laten we ook genieten van het feit dat nu alles even stilstaat. Hoe heerlijk was het om niet in de file te hoeven staan?”