Nieuwe voorzitter Staf Depla: ‘Koers houden vraagt om verandering’

Als het op bestuurlijke zwaargewichten aankomt hebben we een reputatie hoog te houden. Met die traditie wordt zeker niet gebroken na het recente afscheid van PvdA-coryfee Han Noten als voorzitter en de komst van Staf Depla als zijn opvolger. Depla heeft een indrukwekkend cv als oud-Tweede Kamerlid voor de PvdA en oud-wethouder van Eindhoven. We spraken met de nieuwe voorzitter en stellen hem kort aan u voor.

Staf Depla (1960) komt uit een gezin waar hij maatschappelijke verantwoordelijkheid met de paplepel kreeg ingegoten. Vader Depla had een advocatenkantoor in Eindhoven, moeder Depla was actief in het verenigingsleven. Het was jeugdvriend en later burgemeester van Eindhoven Rob van Gijzel die hem eind jaren zeventig lid wist te maken van de Jonge Socialisten. Het vooruitgangs- en emancipatiedenken deed hem kiezen voor de PvdA.

Begin deze eeuw voerde Staf Depla samen met partijgenoten Jeroen Dijsselbloem en Diederik Samsom campagne als ‘Rode Ingenieurs’. Hij zat in totaal tien jaar in de Tweede Kamer en in 2010 werd hij wethouder in zijn geboortestad Eindhoven. Na twee termijnen stelde hij zich in 2018 niet meer verkiesbaar en vestigde hij zich als strategisch adviseur (publiek-private samenwerking) in zijn woonplaats Utrecht (samenwonend, twee volwassen kinderen). Sinds begin 2020 is Staf Depla dus ook voorzitter van Start Foundation.

In het persbericht van uw aanstelling als voorzitter noemde u Start Foundation ‘een belangrijke gamechanger’. Kende u die club al?

Depla: ‘Jazeker. Bijna tien jaar geleden werd ik wethouder Financiën in Eindhoven. Ik moest na al die Haagse jaren in de Tweede Kamer mijn geboortestad weer een beetje leren kennen en toen zeiden mensen: praat in je rondje ook ’s met Jos Verhoeven, directeur van Start Foundation. Ik vond zijn verhaal en de tegendraadse analyse van Start Foundation midden in de kredietcrisis er direct uit springen: “We kunnen wel mensen weer aan het werk helpen, maar als bedrijven niet failliet gaan, dan scheelt dat weer heel wat mensen die kwetsbaar op de arbeidsmarkt worden. Dus kunnen we beter die bedrijven helpen.”

Dat sprak mij erg aan. Toen dacht ik al: wat leuk! Ik wil graag betrokken blijven bij die club, ook als ik géén wethouder meer ben. We willen in Nederland dat iedereen de kans kan krijgen gewoon mee te doen, maar we lopen tegen allerlei barrières aan, dus laten we het eens op een andere manier doen. En Start Foundation heeft die mogelijkheid, omdat ze financieel onafhankelijk zijn én in het hoofd onafhankelijk.’

Die onafhankelijke positie vond u direct heel aantrekkelijk.

Depla: ‘Als je kijkt naar publiek-private samenwerkingen, spreken we wel van de “triple helix”: overheid, bedrijven en kennisinstellingen die hun krachten bundelen om maatschappelijke vraagstukken te tackelen. We kunnen in die helix heel veel samendoen, maar je doet ook een soort afhankelijkheidsdans met elkaar. Het voordeel van een ngo als Start Foundation is dat die niet opgesloten zit in een institutie. Die kan keihard zeggen: “Deze keizer heeft geen kleren aan” of “Adresseren jullie wel de echte problemen?”

En dat is niet alleen vrijblijvend roepen vanaf de zijlijn. Start Foundation heeft behalve haar onafhankelijkheid, veel kennis in huis en de bereidheid om risico te dragen. Dus Start Foundation is ook een mede-mogelijkmaker.’

Maar als we kijken naar de financiële slagkracht in verhouding tot die van overheid en bedrijven - in absolute zin -, klinkt het wel een beetje als de muis die met de olifanten over een brug loopt en zegt: ‘Wat stampen we toch hard samen!’

Depla: ‘Ja, maar het grappige van die olifanten op dat bruggetje, die over meer financiële slagkracht beschikken, is dat ze muurvast blijken te zitten in allerlei structuren en dat ze als de dood zijn om te experimenteren. Dan beginnen ze over staatssteun of “level playing field” en geven ze vooral aan waarom ze iets níét kunnen doen.

Je moet ook geloof hebben in kleine oorzaken en grote gevolgen. Kan een vlinder een orkaan veroorzaken? Als je echt in termen van systeemverandering wilt denken, dan moet je bij de projectkeuze al een duidelijke visie hebben. Zoals nu het geval is bij Open Hiring: je neemt als Start Foundation de eerste kennisontwikkeling bij bedrijven deels voor je rekening. Dan ga je campagne voeren om overal bedrijven te mobiliseren die Open Hiring gaan invoeren. Daardoor bouw je echte kennis op, die het mogelijk maakt tegen het ministerie te roepen: “Jongens: dít moet je veranderen”, waardoor het echt kan gaan vliegen!’

U hebt als politicus en bestuurder veel ingezet op de zogenoemde banenmotoren, zoals Brainport Eindhoven. Maar de kritiek is dat die vooral hogeropgeleiden aan het werk helpen, niet lageropgeleiden of mensen met een krasje. U noemde dat een kwestie van de lange adem.

Depla: ‘Het ís ook een kwestie van lange adem! Kijk, als het allemaal zo simpel was, was het probleem al opgelost. Iedereen wil het graag, maar het is klaarblijkelijk complex en taai. In Eindhoven en omgeving, waar het economisch goed gaat, is het ook gemakkelijker om bedrijven te vinden die een extra stap willen zetten voor “mensen met een krasje”. Maar in Noordoost-Groningen is dat een stuk moeilijker: daar is minder bedrijvigheid en zijn er dus ook minder ondernemers die vanuit een combinatie van welbegrepen eigenbelang en maatschappelijke betrokkenheid hiermee aan de slag willen. Je kunt voor de onderkant van de arbeidsmarkt met idealistische clubs heel ver komen, maar dan is de impact qua aantallen heel beperkt. Het kan pas groot worden als je met ondernemers aan de slag gaat die “iets hebben” met het onderwerp, bijvoorbeeld omdat ze uit eigen kring of netwerk iemand kennen of persoonlijk aangesproken of geraakt worden, en gelijk zien dat er business van te maken is. Maar het gaat niet vanzelf. Je moet die bedrijven die dat willen combineren, echt opzoeken.’

Tegenwoordig moet overal een businessmodel onder. Moet dat? Is dat een voorwaarde voor succes?

Depla: ‘Als je wilt veranderen, moet je soms ook gewoon dingen durven doen waarvan je niet precies weet hoe het afloopt, maar waar je aan je water voelt: “hier zit wat”. Het is killing om overál een businessmodel in te zien. Maar als de bedoeling is om impact te genereren, moet je de financiën “bij elkaar regelen” om iets te kunnen opschalen. Dan klinkt “businessmodel” erg klinisch, maar voor duurzame financiering en opschaling ontkom je er niet aan. Het gaat daarbij overigens lang niet altijd alleen maar over businessmodellen uit de markt. Het is mijn ervaring dat juist in samenwerkingen waar publiek en privaat geld samenkomen, de meeste kansen liggen om tot impactvolle resultaten te komen.’

Starten én opschalen … het betekent dat Start Foundation dus meer is dan alleen een startmotor.

Depla: ‘Dat klopt en het is ook de ontwikkeling die Start Foundation heeft doorgemaakt de laatste jaren: van projecten naar programma’s waar je systeemverandering nastreeft. Vroeger werden er meer “goede initiatieven” gesteund, en nu is het meer van: we hebben duidelijke speerpunten en daaromheen gaan we zélf initiatieven ontwikkelen.’

Je bent durfinvesteerder en tegelijkertijd moet je op impact sturen. Daar zit soms best wat spanning op de draad …

Depla: ‘Je bent als Start Foundation weliswaar onafhankelijk, maar op het moment dat je de indruk wekt van “ze doen maar wat daar in Eindhoven”, dan sta je er als mogelijke samenwerkingspartner ook slecht op. Wil je écht impact maken, dan moet je als club ook serieus worden genomen. Dat doe je onder andere door ongehoord scherp op jezelf te zijn. Dat je de stekker uit projecten durft te halen die veelbelovend lijken, maar toch niet de verandering brengen waarop je hoopt. Dus: niet alleen van andere keizers roepen dat ze geen kleren aan hebben, maar ook toegeven dat je soms zelf in je blote kont staat.’

Tot slot: u hebt als nieuwe voorzitter gezegd: ‘Er ligt veel werk voor ons.’ Wat voor werk?

Depla: ‘Het huidige werk van Start Foundation een tijdje volhouden vooral! Doorzetten op onze programma’s; blijven doorselecteren en goed in de gaten houden of die opschaling erin zit. Dat is de komende tijd van belang. Er is nu focus, er zijn goede keuzes gemaakt waarin ik erg geloof: van projecten naar programma’s en van opstarten naar opschalen. Dat betekent niet dat er niets verandert. Een club waar ze alles hetzelfde willen houden, daar moeten ze mij niet voor vragen. Om je schip op koers te houden, vraagt dat al veel verandering - dan gaat het om ondernemendheid, creativiteit en kritisch vermogen - en wordt het ook nooit saai.’